woensdag 14 september 2011

De buurt van de vrede

In een buurt waar iedereen familie was van iedereen, groeiden een aantal neven op. Ze konden het goed met elkaar vinden, ondanks dat de buren/familieleden van de vorige generaties vaak ruzie met elkaar maakten. Zodra de een wat geld verdiend had, wilde hij de dienst uitmaken in de buurt. Af en toe werd iemand agressief en het leidde tot grote ruzies waar iedereen bij betrokken was. Na een heel grote ruzie, had men er genoeg van. Dit kon niet zo langer. Dus kwam men tot een beslissing: alles wat de buurt binnenkomt, alles wat verdiend wordt, iedereens inkomsten gaan in een grote pot. Elke oom of neef mag dan mee gaan beslissen wat er met dat geld gebeurd. Zo gezegd, zo gedaan. Het ging beter in de buurt. De ruzies werden minder. Er kwam goede verlichting in de straat, er werd een voetbalveldje aangelegd, waar de neefjes opgroeiden en de band was goed. De neefjes werden neven en ze kwamen met een nog beter idee. Als ze in plaats van een pot voor het geld van de buurt, samen in een huis zouden wonen en achter op het erf een bedrijfje zouden starten, zou er helemaal nooit meer ruzie kunnen ontstan. Zo gezegd, zo gedaan.

Een tijdje ging het goed. Het bedrijfje groeide uit, verre neven melden zich aan en de omliggende straten wilden allemaal het model van de buurt volgen. Iedereen was welkom, iedereen mocht meedoen. De neven gingen overal samen. Op familievergaderingen stuurde ze een neef erheen, die voor iedereen sprak. De hele stad wilde zaken doen met de neven. Ze gaven adviesen aan de buurten waar het minder ging. De beveiliging van de stad werd voor een deel door hun betaald.

In het huis en het bedrijf van de neven gaat het de laatste tijd minder. Het blijkt dat sommige neven 12 uren per week werken, meer werk binnen brengen en meer verkopen dan de anderen. Sommige van de neven beginnen veel later met werken, stoppen veel eerder met werken en verdienen minder. Ze lenen heel veel geld bij de rijkere neven en bij andere bedrijven uit andere buurten. Van het weinige dat ze verdienen, stoppen ze minder in de pot dan ze eigenlijk zouden moeten. Zullen de rijke neven de arme neven uit het huis schoppen? Zullen ze blijven beschermen als geldschieters uit de andere buurten hun geld komen ophalen? Blijft alles vredig?

Wie weet. Ondertussen volgt de hele stad het gebeuren op de voet. De spaarcentjes van de hele buurt en van de buurten eromheen zijn gebruikt voor leningen aan het bedrijf. En de luie neefjes kunnen het voor iedereen verpesten. Niemand leent meer geld aan niemand. Iedereen maakt zich zorgen. In plaats van te werken, blijft men de rijke neven aankijken voor een oplossing.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten